De setting is er een van zoveel Amerikaanse films. Middle America, burgerlijk, boers, berooid – nog net geen afgeleefde caravan maar het scheelt niet veel. In Blue Valentine (Derek Cianfrance, 2010) heeft Dean (Ryan Gosling) het helemaal gehad met zijn vrouw Cindy (Michele Williams), die altijd druk is met van alles – dochter Frankie (Faith Wladyka), haar baan, de dagelijkse beslommeringen, en, zo blijkt gedurende de film, haar eigen verleden. En Cindy heeft het gehad met Dean. De twee smeren hem een nachtje naar een hotelletje met het doel de relatie te lijmen, maar het resultaat is het tegenovergestelde: het verleden komt ze achterop en het komt uiteindelijk tot een breuk.

Op het eerste gezicht lijkt de film over niet meer te gaan dan de teloorgaande liefde van een getrouwd stelletje. Maar bij nader inzien ondergaat het eerste oordeel van de kijker een kanteling, waardoor hij vertwijfeld achterblijft: wie verdient nu eigenlijk onze sympathie in dit pijnlijke drama?

De schoolgaande Cindy, zoals we haar tegenkomen in de flashbacks in de film, is zo’n meisje waar alle jongens van de klas verliefd op zijn: blond, mooi, sexy en bijna lotsverbonden te vallen voor Bobby (Mike Vogel), een echte “Jock” zoals je die alleen in Amerikaanse films tegenkomt: breedgeschouderd, atletisch, kortgeknipt, arrogant, bewust van zijn aantrekkelijkheid en vooral meedogenloos egocentrisch, enkel uit op zijn eigen gerief en prestige, desnoods afgedwongen met intimidatie en geweld. Hij lijkt op Cindy’s vader Jerry (John Doman): dezelfde hoekige, ongenaakbare kop, een man die zijn gezin terroriseert als het eten hem niet smaakt. Gaandeweg de film blijkt, opnieuw uit de flashbacks, dat Bobby Cindy zwanger heeft gemaakt en dat het kind in de film niet van Dean is. Tijdens een liefdeloze neukpartij op-zijn-hondjes komt Bobby tot Cindy’s grote schrik in haar klaar. Ze blijkt in verwachting. Dan komt ze Dean tegen, een alternatief tiepje met een gitaar die haar het hof maakt met gestoei en gekke stemmetjes. Het wordt een romance. Als blijkt dat ze inderdaad zwanger is van Bobby, kan ze het niet over haar hart verkrijgen het kind weg te laten halen. De grootmoedige, zelfopofferende Bobby besluit bij haar te blijven en het kind op te voeden als het zijne. Wat ook van Dean gezegd kan worden, van gebrek aan genegenheid voor zijn aangenomen dochter is geen sprake.

Dean is hopeloos romantisch, impulsief en onverantwoordelijk. Zijn eigen leven richt hij ook zo in: hij werkt, maar kan zijn eigen tijden aanhouden en naar de fles grijpen als hij dat wil. Zijn vrouw heeft een verantwoordelijke baan waar ze hard werkt en op tijd moet zijn. Dean houdt geen rekening met haar belangen. Als hij tijdens de zoveelste ruzie het voorstel doet tot hun nachtje samen in een hotel, blijft Dean doordrammen en laat Cindy zich overhalen mee te gaan, hoewel ze de volgende ochtend vroeg naar haar werk moet. Cindy gaat mee, maar sluipt ’s ochtends weg om naar haar werk te gaan. Dean is ontzettend gepikeerd, wat uiteindelijk de druppel is die leidt tot de breuk aan het einde van de film. Hij kan of wil niet begrijpen dat het feit dat zijn vrouw haar baan serieus neemt en dat te laat komen daar niet bij past. Hij heeft een romantisch beeld van hoe het leven geleefd moet worden – spontaan, impulsief – en zijn vrouw gedraagt zich tegenovergesteld.

Behalve de verantwoordelijkheid voor haar baan neemt Cindy ook het leeuwendeel op zich van de opvoeding van haar kind: Dean wil vooral leuk en lief zijn voor Frankie en laat het corrigeren aan haar moeder over. Het past bij zijn aard, maar het is ook een daad van verzet tegen de moedige pogingen van Cindy om structuur te brengen in het leven van het gezin. Dean wil de losheid, de spanning en de romantiek van hun ontluikende liefde terug, weg van het keurslijf van baan, beestje en routine waar zijn vrouw zo naar streeft. Cindy, op haar beurt, lijkt die structuur echter ook tegen hem te gebruiken. Niet alleen het gezinsleven moet in het gareel, eigenlijk ook hij: de flierefluiterigheid die aanvankelijk leuk aan hem was, is nu alleen nog irritant. Ze wil dat hij verandert, meer ambitie toont en woekert met zijn talenten. Cindy wil dat Dean anders wordt dan hij is, en Dean wil het spontane, lachende meisje terug aan wie hij zijn hart heeft verpand. Een ontluisterende, pijnlijke strijd tussen twee mensen die elkaar in wezen niet accepteren zoals ze zijn. Aangezien iedere poging tot gesprek eindigt in een bekvechtpartij, wordt die strijd uiteindelijk uitgevochten in allerlei proxy wars, zoals over de rozijnen in Frankies ontbijt.

Als je het zo leest lijkt het misschien makkelijk te bepalen wie de protagonist is in dit conflict: ‘mooi, intelligent meisje probeert na ongelukje verantwoordelijkheid te nemen maar wordt daarin gefnuikt door nietsnut.’ Mimi, de baliemedewerkster bij de artsenpraktijk waar Cindy werkt, is blijkbaar die mening toegedaan: ‘Laat je niet ompraten!’ sist ze Cindy hoorbaar toe als Dean aan het eind van de film dronken en woedend binnenstormt. Wat ze precies weet is niet helemaal duidelijk, maar ze heeft vermoedelijk de nodige verhalen gehoord en ze weet of voelt aan dat dokter Feinberg, Cindy’s baas, het mooie moedertje wel ziet zitten. De conclusie is eenvoudig: dump die kerel en grijp je kans.

En daar zit de giftige angel in het verhaal, die de keuze tussen beide partijen veel moeilijker maakt en de kijker – of in ieder geval mij – achterlaat met het gevoel dat er iets wringt: aan dat eerste oordeel klopt iets niet. Want met al zijn onverantwoordelijkheid en dronkenschap en in laatste instantie zelfs gewelddadigheid ten opzichte van dokter Feinberg, blijft Dean degene die onvoorwaardelijk liefheeft. Hij heeft Cindy gekozen nog voor hij haar goed leerde kennen, steunde haar in haar duisterste uur, nam haar tot zijn vrouw terwijl ze zwanger was van een ander en aanvaardde haar kind als het zijne. Hij wil liefhebben met als enige wens dat die liefde wordt beantwoord. En hoewel Cindy hem dat consequent zowel binnen als buiten bed weigert, blijft hij proberen te redden wat er te redden valt. Als een van de twee de huwelijksgelofte gestand doet – ‘in goede en in slechte tijden’ – dan is hij het wel.

Cindy’s liefde is uiteindelijk veel minder belangeloos. In een moeilijke periode in haar leven, waarin ze wordt geconfronteerd met een ongewenste zwangerschap van een ongelikte beer, komt de lieve, tedere, clowneske Dean langszij. Ze laat zich inpalmen door een paar gitaarakkoorden, baadt in genegenheid die hij haar toont en laat zich aanleunen dat hij haar begeleidt naar de abortusarts. Als Dean haar tot haar verbijstering aanbiedt een gezinnetje te vormen, grijpt ze die kans men beide handen aan. Hij is haar redder in de nood: ‘ze grijpt die kans’.

De laatste formulering is niet toevallig dezelfde als Mimi’s conclusie aan het eind van de film. Waar Dean impulsief, romantisch, misschien zelfs onverstandig, maar vooral onvoorwaardelijk kiest voor een nieuwe situatie en op geen enkel moment ten halve keert maar tot het eind toe voor zijn keuze blijft staan – lijkt Cindy veel instrumentelere keuzes te maken. Of ze die bewust maakt of onbewust wordt uit de film niet duidelijk – laten we van het tweede uitgaan – maar de indruk blijft achter dat Cindy zo niet in eerste, dan toch in tweede instantie handelt vanuit haar belangen. Ze springt als de nood het hoogst is op de rijdende trein die Dean heet, maar uiteindelijk voldoet hij niet aan haar eisen en wil ze hem veranderen in iemand die hij niet is. En misschien is hij ook wel écht tweede keus: als Cindy Bobby tegenkomt in de supermarkt, lijkt zijn aantrekkingskracht niet minder te zijn geworden, ondanks wat hij haar heeft geflikt – en ondanks dat hij Dean in elkaar heeft geslagen nadat hij erachter is gekomen dat hij Cindy heeft ‘ingepikt’. In tegenstelling tot Deans onvoorwaardelijke liefde maakt die van Cindy de indruk steeds object van afweging te zijn: ze is trouw voor zolang het duurt, maar als er een betere optie voorbij komt kan die keuze anders zijn. Dean is in potentie een tijdelijke oplossing.

Dit conflict tussen die twee mensen zo verschillend staan in die relatie waarin ze verzeild zijn geraakt en het huwelijk waarin ze elkaar het jawoord hebben gegeven, en dat, zoals we allemaal zo graag zouden willen, bedoeld is tot de dood te duren en alle stormen zou moeten kunnen doorstaan, roept een belangrijke vraag op: is die romantische, onvoorwaardelijke liefde, die in zoveel films en romans naar voren komt, eigenlijk wel het ideaal waar we werkelijk naar streven? Of is de pijnlijke waarheid dat we een illusie in stand houden om een veel meer op belangen gebaseerde partnerselectie te maskeren, die weinig met liefde te maken heeft, maar vooral is gebaseerd op prozaïsche criteria als veiligheid, stabiliteit, bezit en status?